Grote successen

De geschiedenis van het Koning Boudewijnstadion (vroeger Heizelstadion) wordt gekenmerkt door tal van sportieve hoogtepunten. Daarvoor waren niet alleen de Rode Duivels verantwoordelijk, ook Anderlecht speelde er enkele opmerkelijke Europese wedstrijden.

De eerste helden van de Heizel waren de Rode Duivels anno 1930 die tijdens de openingswedstrijd van het Heizelstadion op 14 september van dat jaar Nederland met 4-1 inblikten.

In de eerste officiële interland, op 11 oktober 1931, wonnen de Rode Duivels voor 40.000 toeschouwers met 2-1 van Polen. August Hellemans van Belgica Edegem en Bernard Voorhoof van Lierse maakten de Belgische goals. De Heizel werd de vaste thuisbasis voor de Rode Duivels met uitzondering voor de matchen tegen Nederland die in het inmiddels tot 58.000 plaatsen uitgebreide Antwerpse Bosuilstadion gespeeld werden.

De nationale ploeg kende in zijn nieuwe tempel aanvankelijk wisselend succes en door de recessie zaten de tribunes in de jaren dertig ook lang niet altijd vol. De eerste nederlaag werd op 11 december 1932 geleden en het was er meteen één van formaat: 1-6 tegen Oostenrijk. Twintigduizend toeschouwers waren getuige van de afgang.

 

5-1-winst tegen Brazilië!

De kentering bij de Rode Duivels kwam er in 1936 met de historische 3-2-zege in de vriendschappelijke interland tegen Engeland. Stilaan begon de Heizel een aardige reputatie op te bouwen en in de jaren vijftig en zestig gingen de sterkste voetballanden er voor de bijl. Een van die hoogtepunten was ongetwijfeld de 2-0-zege tegen wereldkampioen West-Duitsland op 26 september 1954 al moet gezegd dat de Duitsers wel enkele belangrijke spelers misten met geelzucht. Twee jaar later moest het grote Hongarije van Ferenc Puskas er aan geloven in een spektakelrijke match die de Rode Duivels met 5-4 wonnen.

Het absolute hoogtepunt was ongetwijfeld de 5-1-winst op 24 april 1963 tegen Brazilië dat zich het jaar voordien in Chili voor de tweede opeenvolgende keer tot wereldkampioen had gekroond. Pelé, die ook in Chili afwezig was, en Garrincha waren er wegens blessures helaas niet bij op de Heizel.

Het waren de Belgen die de show stalen en bij de rust al met 4-1 leidden dankzij twee doelpunten van Jacky ‘Zorro’ Stockman, Paul Van Himst en een owngoal van Altair. Stockman zette na de rust met zijn derde goal van de avond de kroon op het werk.

 

Finales Europabeker

Sinds de jaren vijftig was de Heizel ook het decor voor diverse Europacupfinales. Op 26 maart 1952 werd met Arsenal-Tottenham de voorloper voor de finale van de Beker der Jaarbeurssteden gespeeld, die op zijn beurt de UEFA Cup voorafging. Zes jaar later, toen Brussel de wereldtentoonstelling organiseerde, haalde José Crahay, de toenmalige Secretaris-Generaal van de Belgische voetbalbond, de finale van de Europabeker voor Landskampioenen naar de hoofdstad om de feestelijkheden nog meer aanzien te geven. Dat was destijds niet zo vanzelfsprekend omdat de Europese voetballeiders er voor opteerden om de finale telkens in het winnende land van de vorige editie te laten plaatsvinden. Toch wist Crahay de UEFA-bonzen te overhalen met het argument dat die finales dan altijd in dezelfde grote en rijke voetballanden gespeeld zouden worden.

Brussel beleefde die 28e mei 1958 opnieuw een absolute voetbalhoogdag. Een recordaantal van maar liefst 67.000 toeschouwers, veel meer dan er officieel in konden, zakte die avond naar de Heizelvlakte af om de twee beste Europese ploegen van het moment aan het werk te zien onder leiding van de Belgische scheidsrechter Albert Alsteen. Ondanks het feeërieke kader in de schaduw van het Atomium en de verzameling van de grootste talenten onder wie Alfredi Di Stefano, Raymond Kopa, Cesare Maldini en Nils Liedholm werd het niet meteen een onvergetelijke wedstrijd, wel een erg tactische, typisch Latijns getinte en zelfs ruwe match. Na twee minuten in de tweede verlenging werd de finale beslist met een doelpunt van Gento (2-1) die Real Madrid zijn derde Europabeker op rij bezorgde.

Na 1958 kreeg het Heizelstadion nog meer Europacupfinales toegewezen al lokten die niet meer de massa van weleer. In 1964 daagden welgeteld 3208 kijklustigen op voor de eindstrijd bij de bekerwinnaars tussen het Hongaarse MTK Boedapest en Sporting Portugal. De afwezigen hadden echter ongelijk want de wedstrijd groeide uit tot een echt spektakelstuk dat op een 3-3-gelijkspel eindigde. Het bleek alvast een goeie promotie voor de replay twee dagen later in het Bosuilstadion waar net geen 14.000 toeschouwers de Portugezen met 1-0 zagen zegevieren.

In 1966 behaalde Real Madrid op de Heizel voor 46.745 toeschouwers zijn zesde Europacup 1 na een 2-1-zege tegen Partizan Belgrado.

 

Sterk paarswit

Ook Anderlecht schitterde in die tijd geregeld onder de schijnwerpers van de Heizel-arena. Doordat het eigen Emile Verséstadion te klein was, week Anderlecht uit naar het nationale stadion waar het op 26 september 1962 voor een absolute stunt zorgde door het grote Real Madrid al in de eerste ronde uit te schakelen. Jef Jurion kroonde zich in de 85e minuut voor de 64.694 aanwezigen tot Mister Europe. Een jaar later vestigde Anderlecht in het Heizelstadion met 64.703 toeschouwers tegen het Schotse Dundee een record voor een Belgisch clubelftal.

In afwachting van een nieuwe paarswitte stunt was het stadion gastheer voor het Europees landenkampioenschap van 1972 dat met amper vier landen werd gespeeld en waarvan West-Duitsland de finale van Rusland won met 3-0. Bij de finale van de bekerhouders in 1974 tussen Bayern München en Atletico Madrid (1-1 en 4-0) werd een nieuwe lichtinstallatie ingespeeld en twee jaar later won Anderlecht er zijn eerste van drie Europese trofeeën door in de finale bij de bekerhouders het Londense West Ham United met 4-2 te verslaan.

 

Anderlecht-West Ham

51.296 toeschouwers waren die 5e mei 1976 getuige van deze historische wedstrijd waarin Robby Rensenbrink en Swat Vander Elst zich tot koningen van de Heizel kroonden. Rensenbrink maakte kort vóór de pauze de openingsgoal van Mick Holland ongedaan en in een ongemeen boeiende tweede helft wisselde de score van 2-1 (Vander Elst) naar 2-2 (Robson) en uiteindelijk naar 4-2. In de laatste twintig minuten zorgde ‘thuisploeg’ Anderlecht voor een ware demonstratie. Slangenmens Robby Rensenbrink hielp zijn ploeg met een penaltygoal en een assist voor Swat Vander Elst aan de dik verdiende zege.

Wat volgde was een zelden geziene uitbarsting van vreugde. Op het veld werden de spelers op handen gedragen, in de zinderende tribunes dansten de Anderlechtfans van de pret. Wat later staken de Anderlechtspelers één voor één hun eerste Europese trofee de hoogte in. De Heizel werd als het ware Anderlechts tweede thuis. In mei 1983 legde paarswit er in de heenmatch van de finale de basis voor de eindzege in de UEFA-beker na 1-0-winst tegen Benfica.

 

Sensationele Duivels

Maar gaandeweg groeide het Heizelstadion uit tot het natuurlijke decor voor de Rode Duivels die er in de jaren tachtig de toeschouwers deden kraaien van de pret. Met overwinningen tegen Portugal (2-0) en Schotland (2-0) behaalden de Rode Duivels alsnog de onverhoopte kwalificatie voor het EK 80 in Italië. Niemand die dat bij de dramatisch gestarte campagne (1-1 thuis tegen Noorwegen) nog voor mogelijk had gehouden.

Ook voor de WK-campagne van 1982 in Spanje daverde het Heizelstadion meermaals op zijn grondvesten toen de Rode Duivels er achtereenvolgens Nederland (1-0, doelpunt Erwin Vandenbergh), Cyprus (3-2, doelpunten Plessers, Vandenbergh en Ceulemans), Ierland (1-0, doelpunt Ceulemans in de stromende regen) en Frankrijk (2-0, doelpunten Czerniatynski en Vandenbergh) het nakijken gaven.

Ook in de thuiswedstrijden van de voorronde voor het Europees Kampioenschap ’84 in Frankrijk werd niet verloren. Zwitserland, Schotland en de DDR werden verslagen waardoor de Rode Duivels zich kwalificeerden voor het EK.

De wereldbekercampagnes waren eveneens succesvol want ook in de kwalificatieronde voor het WK ’86 in Mexico gaven de Belgen thuis geen punten prijs. En elke keer weer zat het stadion afgeladen vol.

 

Barragematchen

Door de werkzaamheden aan het stadion als gevolg van het Heizeldrama werden de kwalificatiematchen voor de wereldbekers van 1990 en 1994 elders gespeeld. Na de opening van het nieuwe Koning Boudewijnstadion in 1995, namen de Rode Duivels er opnieuw hun intrek. Een 2-1-zege in de thuismatch van de dubbele testwedstrijd tegen Ierland bezorgde ons land een ticket voor het WK 98 in Frankrijk. Maar twee jaar later draaide het eerste grote toernooi op eigen bodem uit op een enorme ontgoocheling. Op Euro 2000 raakten de Rode Duivels niet door de eerste ronde.

Ook voor de wereldbeker van 2002 in Japan en Zuid-Korea moest een dubbele testwedstrijd tegen Tsjechië uitsluitsel geven. Zowel uit als thuis wonnen de Belgen met 1-0.

Nadien volgden acht lauwe jaren met hier en daar een enkele uitschieter, tot de talentvolle lichting Rode Duivels daar in 2010-2011 verandering in bracht.