Heizeldrama

Dag van schaamte

HeizeldramaOp 29 mei 1985 werd een van de zwartste bladzijden in de internationale voetbalgeschiedenis geschreven. Bij rellen in het stadion voorafgaand aan de finale van de Europabeker voor Landskampioenen tussen FC Liverpool en Juventus Turijn vielen 39 doden: 32 Italianen, 4 Belgen, 2 Fransen en 1 Ier. Wat zich die avond afspeelde, staat op miljoenen netvliezen gebrand maar anderzijds lieten deze tragische gebeurtenissen zich ook wel enigszins aankondigen.

Het stadion was dan wel grotendeels aangepast en verfraaid, de staanplaatsen werden quasi ongemoeid gelaten. In sommige muren zaten gaten zo groot dat ook supporters zonder ticket probleemloos binnen konden. De enige vluchtweg uit het stadion leidde naar boven. Beneden bevonden zich aan elke korte zijde amper drie poorten, veel te weinig voor de in totaal 22.000 staanplaatsen. En toch vormden deze schromelijke tekortkomingen geen onoverkomelijke hinderpaal voor de UEFA om in februari 1985 de finale voor de belangrijkste Europese beker aan Brussel toe te wijzen. De feitelijke inspectie van het stadion duurde amper dertig minuten!

 

Verpletterd

Ruim een half uur vóór de aftrap kwam het tot een clash tussen de supporters van Liverpool in vak X en die van Juventus in vak Z. Er werd gegooid met alles wat los lag of snel kon worden losgemaakt. De Liverpool-fans dreven hun tegenstanders helemaal naar het uiteinde van hun vak. Daardoor werden tientallen Italianen op elkaar en tegen de dranghekkens gedrukt met vreselijke verstikkingsdood tot gevolg.

Heel de wereld keek verbijsterd toe hoe de slachtoffers geen kant meer uit konden en hoe de ordediensten, die avond amper enkele tientallen eenheden sterk, niet beseften wat hen overkwam. Terwijl de lichamen tot buiten de stadionmuren werden gedragen, werd de aftrap alsmaar verder vooruit geschoven. Maar dat de wedstrijd hoe dan ook zou doorgaan, leed niet de minste twijfel. De catastrofe zou anders alleen nog maar toenemen. Ook de spelers, die in de kleedkamers van de situatie op de hoogte werden gehouden, beseften dat een afgelasting van de wedstrijd geen oplossing bood. Wie er uiteindelijk zou winnen, was inmiddels complete bijzaak geworden. Dat het uiteindelijk Juventus werd met een penaltygoal van Michel Platini, liet de 58.000 in shock verkerende fans volkomen onberoerd.

In één uur tijd was het Heizelstadion omgetoverd tot een vervloekte arena die prompt gesloten werd. De naam Heizel, tot dan bekend als oord voor de wereldtentoonstelling, het auto- en voedingssalon en zijn trotse stadion, staan sinds die 29e mei 1985 synoniem met dood en vernieling.

 

Eindeloze nasleep

En toch werd er minder dan een jaar later alweer gevoetbald in het Heizelstadion. Op 23 april 1986 wonnen de Rode Duivels een vriendschappelijke interland tegen Bulgarije met 2-0 als voorbereiding op het WK 86 in Mexico. Op enkele kleine aanpassingswerken na was het stadion nauwelijks veranderd. Het beruchte blok Z, waar de meeste slachtoffers waren gevallen, bleef nagenoeg onaangetast. Dat er zo weinig aanpassingswerken werden uitgevoerd, had alles te maken met de plannen van de overheid om het Heizelstadion volledig te vernieuwen en de capaciteit terug te brengen tot 35.000 plaatsen.

De nasleep van het drama leek eeuwig te duren. In mei 1989, vier jaar na de feiten werden de straffen uitgesproken. De Belgische overheid en de UEFA bleven buiten schot, maar Secretaris-Generaal Albert Roosens van de Voetbalbond die verantwoordelijk was voor de organisatie van de finale, werd wel veroordeeld. Voor Roosens betekende het verdict letterlijk zijn doodvonnis. Daarnaast mocht België gedurende tien jaar geen Europese finales meer organiseren. Maar in plaats van werk te maken van een nieuwe stadioncultuur werd drie jaar lang gebakkeleid over wie de vernieuwde tempel zou gaan financieren. Intussen werd het Heizelstadion een spookstadion. Enkel de Memorial Van Damme wekte de arena één keer per jaar tot leven. Gevoetbald werd er nauwelijks.

Sinds de verdwijning van Racing Brussel in 1963 was geen enkele club er nog actief. Racing Brussel had wegens financiële problemen kortstondig onderdak gevonden in de Heizel. En het piepkleine Racing Jet Brussel, dat in de jaren tachtig enkele seizoenen op het hoogste niveau actief was, nam genoegen met het B-stadionnetje. Dat was met zijn 12.000 plaatsen nog veel te groot voor de pakweg 1500 moedigen uit de onmiddellijke omgeving die op zondagmiddag de thuiswedstrijden bijwoonden. De interlands en bekerfinales weken uit naar Anderlecht, Brugge of Luik.

Heizeldrama